Bijgewerkt 19 september 2026
De Pijp ligt ten zuiden van het centrum, tussen de Boerenwetering in het westen en de Amstel in het oosten, en tussen de Singelgracht en het Amstelkanaal. Het was lange tijd een zelfstandig stadsdeel; sinds 2010 hoort het bij stadsdeel Zuid. De wijk is een van de levendigste van Amsterdam, met een markt, een park en een hoge dichtheid aan cafés en restaurants.
Een negentiende-eeuwse uitbreiding
De Pijp werd in de tweede helft van de negentiende eeuw gebouwd als arbeiderswijk buiten de Singelgracht. Het stratenpatroon volgt de oude polderverkaveling, wat de lange, rechte straten verklaart. Veel van de oorspronkelijke woningen waren klein en van matige kwaliteit, gebouwd door particuliere ontwikkelaars die zo veel mogelijk woningen op een kavel wilden. De straatnamen verwijzen grotendeels naar schilders uit de Gouden Eeuw, zoals Ferdinand Bol, Jan Steen, Gerard Dou en Albert Cuyp.
In de twintigste eeuw werd een groot deel van de wijk vernieuwd. Aan de zuidkant, richting het Amstelkanaal, gaat de negentiende-eeuwse bouw over in de gesloten bouwblokken van de Amsterdamse School, met baksteen, ronde hoeken en portieken.
Albert Cuypmarkt
De Albert Cuypmarkt is een dagelijkse markt op het deel van de Albert Cuypstraat tussen de Ferdinand Bolstraat en de Van Woustraat. De markt is op zondag gesloten. Met ongeveer 260 kramen geldt hij als een van de grootste dagmarkten van Europa. Groente, fruit, vis, kaas, stoffen, kleding en huishoudwaren staan er naast eetkramen, en het publiek is een mengeling van buurtbewoners, studenten, toeristen en ondernemers. Tijdens de markt is de straat afgesloten voor verkeer.
De markt begon als een losse verzameling straatventers en handkarren en groeide uit tot een van de bekendste plekken van de stad. Vroeg in de ochtend is het er het rustigst; tegen de middag en op zaterdag is het er vol.
Sarphatipark
Midden in de wijk ligt het Sarphatipark, een rechthoekig park van 4,5 hectare in Engelse landschapsstijl. Het initiatief kwam van de arts en stedenbouwer Samuel Sarphati, die in 1866 overleed. De aanleg begon pas in 1885 en in 1888 kreeg het park zijn naam. Het Sarphatimonument met een borstbeeld volgde in 1886. Tijdens de Duitse bezetting werd het park omgedoopt, omdat straten en plekken met joodse namen een andere naam moesten krijgen; na de oorlog kreeg het zijn naam terug.
Het park is klein, maar op zomerse dagen zit het vol met buurtbewoners. Het is de natuurlijke pauzeplek na een ronde over de markt.
Eten, drinken en uitgaan
De Pijp heeft een van de hoogste concentraties aan cafés en restaurants van de stad, met veel keukens uit verschillende delen van de wereld. De Ferdinand Bolstraat, de Eerste van der Helststraat en de straten rond het Marie Heinekenplein zijn de drukste. De voormalige brouwerij van Heineken aan de Stadhouderskade, aan de rand van de wijk, is nu een bezoekerscentrum.
Bereikbaarheid
Sinds de opening van de Noord/Zuidlijn heeft De Pijp een eigen metrostation onder de Ferdinand Bolstraat. Vanaf daar is het een paar minuten lopen naar de markt en het park. Het Museumplein ligt op loopafstand aan de westkant, wat een combinatie van museum en markt op één dag eenvoudig maakt.