Stads- en cultuurmagazine over AmsterdamEnglish
Kunst en musea

Het Museumplein: drie grote musea aan één grasveld

Oude meesters, Van Gogh en moderne kunst liggen hier op loopafstand van elkaar. Een overzicht van de gebouwen, de collecties en de praktische kant van een bezoek.

Bijgewerkt 19 september 2026

Nergens in Nederland staan zoveel bekende schilderijen zo dicht bij elkaar als rond het Museumplein in Amsterdam-Zuid. Het Rijksmuseum sluit het plein aan de noordkant af, het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum liggen aan de Paulus Potterstraat. Samen trekken ze elk jaar miljoenen bezoekers, wat betekent dat een goede planning het verschil maakt tussen een ontspannen middag en een middag in de rij.

Rijksmuseum

Het Rijksmuseum is sinds 1885 gevestigd in het gebouw van architect Pierre Cuypers, een baksteenpaleis met torens, tegeltableaus en een doorgang waar fietsers dwars onder het museum door rijden. De collectie is ouder dan het gebouw: in 1808 verhuisde het museum op last van Lodewijk Napoleon naar Amsterdam, waar het samen met de stedelijke kunstverzameling in het Paleis op de Dam werd ondergebracht. Daartoe behoorde ook De Nachtwacht van Rembrandt.

Tussen 2003 en 2013 was het hoofdgebouw gesloten voor een grondige restauratie en verbouwing. In die jaren waren de topstukken uit de zeventiende eeuw te zien in de Philipsvleugel. Op 13 april 2013 opende koningin Beatrix het vernieuwde museum. Sindsdien lopen bezoekers door een zaalindeling die de Nederlandse geschiedenis chronologisch vertelt, met schilderijen, meubels, zilver, scheepsmodellen en prenten door elkaar.

De Eregalerij met werk van Rembrandt, Vermeer, Frans Hals en Jan Steen is het drukste deel van het gebouw. Wie vroeg in de ochtend begint of juist na drie uur binnenkomt, heeft daar meestal meer ruimte. De afdelingen met Aziatische kunst, de twintigste eeuw en de bibliotheek zijn rustiger en worden vaak overgeslagen.

Van Gogh Museum

Het Van Gogh Museum opende op 2 juni 1973. Het hoofdgebouw is ontworpen door Gerrit Rietveld, die in 1964 overleed voordat de bouw begon; zijn compagnons werkten het schetsontwerp uit. In 1999 kwam er een tentoonstellingsvleugel bij van de Japanse architect Kisho Kurokawa, een ovaal volume dat half onder het maaiveld ligt.

De collectie bevat ruim tweehonderd schilderijen, vijfhonderd tekeningen en zevenhonderd brieven van Vincent van Gogh, aangevuld met werk van tijdgenoten en zijn verzameling Japanse prenten. Die brieven maken het museum bijzonder: ze laten zien hoe Van Gogh over kleur, techniek en zijn eigen twijfels schreef, en ze worden in de zalen naast de schilderijen gebruikt. De chronologische opbouw, van de donkere Nuenense jaren tot de laatste maanden in Auvers-sur-Oise, maakt het museum goed te volgen, ook bij een eerste bezoek.

Stedelijk Museum

Het Stedelijk Museum werd in 1874 opgericht en kreeg in 1895 een eigen gebouw aan de Paulus Potterstraat. Het is het museum voor moderne en hedendaagse kunst en vormgeving van de stad. Na een lange verbouwing heropende het op 23 september 2012 met een nieuwe vleugel van Benthem Crouwel Architekten. Die witte, gladde uitbouw aan het Museumplein kreeg al snel de bijnaam de badkuip.

De collectie loopt van Malevich, Mondriaan en de Cobra-schilders tot installaties, video en grafisch ontwerp. Juist de aandacht voor vormgeving, van affiches tot meubels, onderscheidt het Stedelijk van de twee buren. Wie belangstelling heeft voor Nederlands design vindt hier een belangrijk deel van de geschiedenis daarvan, een onderwerp dat verder uitgewerkt staat in de rubriek design en mediakunst.

Moco en de rest van het plein

Aan het plein ligt ook het Moco Museum, een particulier museum voor moderne en hedendaagse kunst dat zich nadrukkelijk op een jong en breed publiek richt. Het Concertgebouw staat aan de zuidkant, en het grasveld zelf is in de zomer een plek om even te zitten tussen twee musea in.

Praktisch

De drie grote musea werken met tickets voor een vast tijdslot, die vooraf online gekocht worden. Op drukke dagen in de zomer en in schoolvakanties zijn de ochtendslots van het Van Gogh Museum vaak als eerste weg. De Museumkaart geeft toegang tot de meeste Nederlandse musea, maar ook met die kaart is bij deze musea een tijdslot nodig.

Een combinatie van twee musea op één dag is goed te doen; drie wordt voor de meeste bezoekers te veel. Een logische volgorde is het Rijksmuseum in de ochtend, lunchen in de buurt en daarna het Van Gogh Museum of het Stedelijk. Tram 2 en tram 12 stoppen bij het Museumplein, en vanaf Centraal Station is het ongeveer een half uur lopen via de grachtengordel.

Wie na het Museumplein nog tijd heeft, kan doorsteken naar de musea in de binnenstad, zoals het Rembrandthuis en het H'ART Museum aan de Amstel. Die staan beschreven in het artikel over musea in de binnenstad.